Europese leiders dachten dat Portugal een voorbeeld zou zijn van efficiënt bezuinigingsbeleid. Niets is minder waar: ondanks zeer ingrijpend gesnoei, is het land genoodzaakt zijn 'kroonjuwelen' te verkopen om de neergaande spiraal van tekorten te doorbreken.

De Portugese staat wordt geleidelijk uitgekleed. Wanneer het land in april 2011 een lening van 78 miljard euro van de trojka (EU, ECB en IMF) ontvangt om een faillissement te ontlopen, gaat het tot privatisering over. Maar onder leiding van Passos Coelho, een modelleerling uit de school van de strenge begrotingsdiscipline, worden de 'kroonjuwelen' – of wat daarvan nog over is – in nog hoger tempo verkocht dan voorheen. Met als doel het overheidstekort drastisch te verminderen. Eind 2012 heeft het land tot tevredenheid van de trojka het tekort teruggebracht tot 5,6 procent van het bbp, terwijl dat cijfer een jaar daarvoor nog 6,7 procent bedroeg. Eind 2014 moet het land op 3 procent uitkomen.