Die tweeledige titel noodt tot een verklaring. Soms – de laatste jaren meer en meer – voel ik mij als Robin Hood, u weet wel, hij die in het Engeland van de Middeleeuwen de rijken beroofde en de opbrengst aan de armen uitdeelde. Een strijd voor gerechtigheid. Ieder draagt (willens nillens als het moet) bij naar kunnen en ontvangt naar behoeften. Lang vervlogen tijden. Ik draag wel geen zwaard, noch bedien ik me van pijl en boog, maar eerder de pen (of liever het toetsenbord) is mijn wapen. Je bent schrijver of je bent het niet, ieder naar kunnen.

Laat me eerst een open deur intrappen: de wereld is... onrechtvaardig. De welvaart is bijzonder ongelijk verdeeld. Het systeem dat we met z'n allen omarmen (of verplicht worden te omarmen?), het kapitalisme, de globalisering, loopt danig mank. Heel weinigen hebben heel veel; heel velen hebben weinig of niets. Dé drijver van de internationale welvaart – de middenklasse, de kleine en middelgrote ondernemingen (midden- en kleinbedrijf zoals ze in Nederland heten) – is aan het uitsterven. De middenklasse verarmt (ik spreek dan in het bijzonder over onze westerse contreien en niet over het Oosten, waar ze uitbreidt en maar goed ook), de kleine ondernemer ziet het niet meer zitten: zijn publiek, zijn klanten vervagen, glijden af naar steeds minder kunnen uitgeven, en hij wordt dan ook nog eens overstelpt met duizend regels, voorschriften, verboden en verplichtingen – het economische leven wordt hem (en haar natuurlijk) danig moeilijk gemaakt tot zelfs onmogelijk.

De jacht is open
Er zijn of er waren toch voorheen drie klassen in de moderne tijden: armen, middenklasse en rijken. Ooit in ver vervlogen tijden (en in sommige landen nu nog helaas) waren er maar twee: je was rijk... of je was arm. Eén van de zeer positieve eigenschappen van het kapitalisme (dat het uiteindelijk definitief won van aartsvijand communisme met de val van de Muur in 1989) was en is: die middenklasse mocht bestààn, kreeg recht op leven. Die kleine ondernemers mochten er zijn, bleken zelfs dringend nodig. Dat alles is nu veranderd. Een korte maar noodzakelijke recapitulatie:

De Staat heeft geld nodig! De Staat... àlle Staten, er zijn geen uitzonderingen in onze westerse, moderne maatschappij. Herinner u dat De Banken bijzonder onzorgvuldig met hun investeringen omgesprongen zijn midden de jaren 2000, de oorzaak komend vanuit de Verenigde Staten waar iedereen, jan en alleman, zelfs zonder geld, inkomen of aanbetaling, gepushed werd vooral toch een eigen woning aan te kopen. Daar moest vroeg of laat miserie van komen en dat gebeurde dan ook: de meesten konden zich de daaropvolgende afbetalingen niet meer veroorloven. Op zich geen ramp ware het niet dat al deze hypotheken – we spreken hier over honderden duizenden gevallen – inmiddels doorverkocht werden over de ganse wereld. Ha ja en waarom niet – de Amerikaanse (!) ratingagency's (Moody's, Standard and Poor's,... ) hadden op zulke investeringen immers AAA gekleefd, het beste en veiligste. Maar door de wanbetalingen die allengs volgden vanwege de oorspronkelijke nieuwe huiseigenaars werden deze herverpakte leningen zo goed als waardeloos. Plots zaten duizenden banken over de hele wereld met papier dat niets of weinig nog waard was. Dus kwamen deze op hun beurt in de problemen. Nu: banken in de problemen? Zicht op faillissementen, op sluitingen, op bank-runs? Dat wilden de politici van de diverse landen niet op hun geweten hebben (nou ja, “geweten”? Het ging hem eerder om nog een keer verkozen te kunnen worden natuurlijk). Dus besloten ze die banken te “redden”. En toen begon het onheil pas echt...

Redden betekent nieuw geld inpompen. Maar de diverse overheden zàten al in nauwe financiële schoentjes, dus waar nieuwe middelen vinden? Vast en zeker stond er toen minstens één verlichte politicus op met de voor de hand liggende “oplossing”: bij de mensen! De bevolking. Want even onder ons, politici: we kunnen natuurlijk zoveel geld, euro's, dollars enz bijdrukken als we willen, maar zo dom zijn we nu ook niet dat we niet beseffen dat dit de àllerlaatste en àllerslechtste oplossing is die je maar kunt denken, want ze vernietigt een economie van binnenuit. Daarentegen bij “het volk”, onze “onderdanen”, daar is vast nog wel het een en ander te vinden. Laat ons dus het volk (nog wat) verder uitwringen.

Zo gezegd zo gedaan. De armen? Die hebben we al uitgeknepen als citroenen, daar valt verder niks meer bij te zoeken. De middenklasse? Die hebben we al deels verarmd maar daar zit toch nog wel wat, zoals bij de kleine ondernemer. Dus hogere belastingen, bijdragen, vergunningen, rechten, we verzinnen wel wat, geven het een naam, ze slikken toch alles. Maar de rijken, hoe pakken we die aan? Het meeste écht grote geld... we kunnen er wel moeilijk aan maar toch zullen ook zij uiteindelijk moeten bloeden; wij politici aller landen (Verenigt U!) spannen immers samen en dan zal het mogelijk toch lukken.

Eerste voorbereidende werk: zoveel mogelijk belastingparadijzen, die doorn in ons oog, afschaffen, doodknijpen, hun bestaan feitelijk onmogelijk maken. Tweede werk: zo min mogelijk bewegingen van contant geld nog toestaan – daar zijn we nu al mee bezig en tot onze volle tevredenheid – het wordt weeral geslikt, wat zijn het toch een brave schaapjes nietwaar. We moeten zien alles te traceren, alles terug kunnen brengen tot de oorsprong, om die dan ferm te gaan belasten. Derde werk en dat is voor de nabije toekomst: een vermogenskadaster. Iedereen in Europa alvast zal moeten zijn en haar bezit opgeven, officieel laten vastleggen. Waarde van huizen, auto's, geldrekeningen enz. Geen ontsnappen meer mogelijk dan want wie niet gehoorzaamt zal zeer fel beboet worden.

Tussen ons nog eens, politici: waar we op Cyprus mee weg zijn gekomen – dat is nog eens ferm gelukt hé? Het was een proef, riskant maar toch de moeite waard van proberen én... we got away with it! Iedereen met boven de 100.000 hebben we kunnen pakken, de inwoners én de buitenlanders! En we hebben er een mooie les mee geleerd voor de toekomst: niemand in Europa kan zich financieel nog veilig voelen. De pers, mja, niet veel tegenstand. De bevolking, nou, kwam niet echt in opstand hé, die tijden zijn gelukkig voorbij. De vakbonden? Al helemaal afwezig. Neen beste Dames en Heren Medeplichtigen, eeuh, Medepolitici, we mogen veilig concluderen dat we alweer een battle gewonnen hebben in onze eeuwig strijd voor rechtvaardigheid. Rechtvaardigheid dan wel op onze manier hé: alles voor Ons en niks voor de Rest! Macht én Geld, die twee gaan immers steeds hand in hand en... we kunnen er maar niet genoeg van krijgen hé...