Rusland knijpt zijn goudvoorraad langzaam maar meedogenloos leeg. In september verkocht de centrale bank 200.000 troy ounce, goed voor 6,2 ton, waardoor de officiële bullionreserves zakten naar 72,8 miljoen troy ounce, of 2.264 ton. Dat is het laagste niveau sinds eind 2019 en een zichtbaar teken dat zelfs goud in Moskou niet langer onaantastbaar is.

Volgens de Bank of Russia is dit de tiende maand op rij dat de goudpositie kleiner wordt. Daarmee draait het land scherp weg van de opbouwstrategie die het in de jaren vóór de grootschalige invasie van Oekraïne volgde. De verkoop past in een bredere noodsituatie: Rusland probeert een oplopend federaal begrotingstekort te financieren, terwijl militaire en veiligheidsuitgaven in 2026 naar verwachting 38% van de totale federale uitgaven zullen opslokken.
De neerwaartse lijn is stevig en hardnekkig. Rusland is bezig met zijn grootste aanhoudende afbouw van goudreserves sinds de financiële crisis van 1998 en heeft sinds december 2025 ongeveer 62 ton van het edelmetaal geliquideerd. Aan het einde van september waren de resterende goudreserves volgens de tekst nog ongeveer $301,6 miljard waard, tegen $333,5 miljard een maand eerder. Het is een forse waardedaling, al speelt daarbij ook de beweging van de goudprijs mee.
Tegelijk blijft goud voor Rusland allesbehalve verdwenen uit het economische spel. Het land is na China de tweede goudproducent ter wereld, met een jaarlijkse output van meer dan 300 ton. De export van edelmetaalertsen en -concentraten naar China schoot eerder dit jaar juist omhoog, terwijl Russische huishoudens vorig jaar massaal goud kochten om hun spaargeld te beschermen. In 2024 kochten consumenten 75,6 ton goud, ongeveer een kwart van de jaarlijkse binnenlandse productie. Zo ontstaat een wrange paradox: de staat verkoopt, terwijl bedrijven en burgers juist naar het metaal grijpen om zich te verschansen tegen onzekerheid.
