Russische raffinaderijen krijgen klappen, maar de oliestroom laat zich niet zomaar wurgen. Ondanks het Europese embargo, het G7-prijsplafond en Oekraïense aanvallen liggen de Russische exportvolumes van ruwe olie volgens UBS nog slechts ongeveer 10% onder het niveau van vóór de oorlog. De grote verandering zit niet zozeer in hoeveel olie Rusland uitvoert, maar in wie haar koopt. UBS-hoofdeconoom Arend Kapteyn schetst een wereldmarkt die zich razendsnel heeft aangepast: Europa trok zich grotendeels terug, terwijl China, India en Turkije het vrijgekomen terrein bezetten. Sancties hebben de Russische energiesector ontregeld, maar de uitvoer van ruwe olie niet lamgelegd.

De verschuiving is indrukwekkend. Het EU-aandeel in de Russische uitvoer van ruwe olie kelderde van 48% vóór de oorlog naar 4% in september. Het gezamenlijke aandeel van China, India en Turkije schoot juist omhoog van 29% naar 77%. Die cijfers zijn schattingen: Rusland publiceert sinds 2022 zelf geen exportgegevens meer. Volgens Kapteyn sluiten ze grofweg aan bij de invoergegevens van handelspartners. Bovendien is Europa niet op alle energiefronten verdwenen: de EU is volgens de UBS-analyse voorlopig nog altijd de grootste koper van Russisch vloeibaar aardgas. De breuk is dus scherp, maar niet volledig.
Bekijk de gegevens
| Onderdeel | Toelichting |
|---|---|
| Rusland | De grote verandering zit niet zozeer in hoeveel olie Rusland uitvoert, maar in wie haar koopt. |
| Volksrepubliek China | Europa trok zich grotendeels terug, terwijl China, India en Turkije het vrijgekomen terrein bezetten. |
| India | Europa trok zich grotendeels terug, terwijl China, India en Turkije het vrijgekomen terrein bezetten. |
| Turkije | Europa trok zich grotendeels terug, terwijl China, India en Turkije het vrijgekomen terrein bezetten. |
Achter die nieuwe handelskaart schuilt een economisch mechanisme dat sancties lastig maakt: olie kan van bestemming veranderen, terwijl kopers tussen leveranciers schuiven. Het Russische aandeel in de Chinese invoer van minerale brandstoffen steeg van ongeveer 18% vóór de oorlog naar 27% sinds februari 2022. Dat verdrong leveringen uit onder meer Australië, Iran en Saudi-Arabië. In India sprong het Russische aandeel van iets meer dan 1% naar 24%, terwijl de invoer uit Nigeria, Iran en Saudi-Arabië sterk terugliep. Volgens Kapteyn was vermindering van het mondiale aanbod nooit het doel van de sancties. Hun zichtbaarste effect is een herverdeling van de oliestromen.
Ook op zee heeft Moskou een uitweg gevonden. Naar schatting verlaat inmiddels 61% van de Russische ruwe olie het land via de zogenoemde schaduwvloot. Die opereert buiten westerse financierings- en verzekeringssystemen, waardoor sancties en prijsplafonds minder effectief worden. Kapteyn benadrukt bovendien dat deze maatregelen niet wereldwijd gelden: landen die ze niet hebben ingevoerd, vallen er volgens zijn uitleg niet onder. Dat verklaart mede waarom een westerse blokkade niet automatisch neerkomt op een afgesloten wereldmarkt. De olie verdwijnt niet noodzakelijk; ze neemt een andere route.
Toch is dit geen verhaal van Russische onaantastbaarheid. Door schade aan raffinaderijen importeert Rusland de laatste maanden aanzienlijke hoeveelheden geraffineerde aardolieproducten. Voor een van de grootste exporteurs van diesel, stookolie en nafta is dat hoogst ongebruikelijk. Volgens UBS helpt die extra importvraag de mondiale benzineprijzen hoog te houden. Daar zit de pijnlijke tegenstelling: Rusland blijft ruwe olie uitvoeren, maar moet tegelijk brandstoffen van elders aanvoeren. De uitvoer houdt stand; de verwerking staat onder druk. Wie alleen naar vertrekkende olietankers kijkt, mist dus een belangrijke kwetsbaarheid.

