Fracken van schaliegas piekt, ook als mediahype. Adviseurs, media en politici rollen over elkaar heen om ons toch maar te overtuigen dat het gouden ei om de crisis mee te bezweren voor het oprapen, of in dit geval voor het uitboren ligt. CDA Europarlementariër Lambert van Nistelrooij presenteert dinsdag in Brussel met veel ophef een ‘Argumentenkaart’ met de voors en tegens van schaliewinning, die overigens twee jaar geleden al is gepubliceerd door TNO. En financieel adviesbureau PwC kwam vorige week met een rapport over schalie olie als redder van de economische groei. Daarin vertelt PwC maar het halve verhaal. Dat halve verhaal gaat helemaal over geld, en dan vooral over snel geld. Geld voor morgen, zonder de kosten voor overmorgen en daarna mee te nemen.
De wereldwijde impact van schalieolie resulteert volgens het rapport van PwC de komende twee decennia in significant lagere olieprijzen en als gevolg een hoger wereld bbp. Waar het rapport niet op in gaat zijn de enorme kosten van de winning in verhouding tot de opbrengsten (bij schalieolie nu al oplopend tot $90,- per vat), de enorme milieu-impact en –risico’s, het enorme land- en waterverbruik bij de winning en het gevolg van stijgende CO2 prijzen. Vooruitzicht dat de kosten van winning aanmerkelijk zullen dalen is er nauwelijks: de levensduur van een schalieput is kort, omdat er maar in een beperkte afstand tot de put kan worden gewonnen. Daarna moet weer een nieuwe bron worden geslagen, een paar kilometer verderop. Het landschap en de bodem blijven gehavend achter.

