Goud krijgt een digitale jas aangemeten en ineens lijkt het metaal niet langer alleen een veilige schuilplaats, maar ook een potentiële geldmachine. De World Gold Council ziet in tokenized gold een kans om de manier waarop goud wordt gekocht, verhandeld en ingezet in het financiële systeem flink op te schudden. In een white paper, ontwikkeld met Boston Consulting Group, schetst de organisatie een markt die nog klein is, maar volgens haar kan uitgroeien tot een nieuwe pijler van vraag.

De prognose is fors: als de belangrijkste drempels verdwijnen, kan volgens de WGC tot 700 miljard dollar aan latente vraag worden losgemaakt. Dat zou een markt opleveren die grofweg in de buurt komt van de huidige goud-ETF’s met fysieke dekking. Volgens de brancheclub lag de marktkapitalisatie van tokenized gold in 2025 boven de 4 miljard dollar, terwijl goud-ETF’s vorig jaar 89 miljard dollar aan instroom kregen en samen 559 miljard dollar aan beheerd vermogen vertegenwoordigden. De WGC benadrukt ook dat ETF’s in 2025 goed waren voor 16 procent van de jaarlijkse goudvraag.
Achter die cijfers schuilt een grotere ambitie: goud bruikbaarder maken zonder het vertrouwen in het fysieke metaal te verliezen. De WGC werkt aan een platform dat zij “Gold as a Service” noemt, bedoeld om bewaarplicht, digitale uitgifte, afwikkeling en inlevering met elkaar te verbinden. Niet als nóg een los product, maar als gedeelde infrastructuur waar banken, fintechs, bullion-dealers en andere instellingen op kunnen bouwen. Volgens de WGC kan dat kosten, complexiteit en frictie verlagen, terwijl transparantie, liquiditeit en vertrouwen juist moeten toenemen. Ook zou digitaal goud eenvoudiger als onderpand kunnen dienen en zelfs in betalingssystemen kunnen worden geïntegreerd.
De markt wil ondertussen vooruit, maar de ondergrond is nog krakerig. De WGC waarschuwt dat digitale goudproducten sterk versnipperd zijn, met uiteenlopende regels, opslagstructuren en inlevervoorwaarden. Daardoor is het lastig om posities tussen platforms te verplaatsen en blijft onduidelijk of alles wel volledig door fysiek goud wordt gedekt. Bovendien kan de ontwikkeling van zo’n product tientallen miljoenen dollars kosten. Juist daarom moet de voorgestelde infrastructuur een gemeenschappelijke basis vormen voor custody, uitgifte, compliance en redemption. De boodschap van de sector is helder: goud moet niet achterblijven nu traditionele financiële partijen steeds verder richting tokenization schuiven.
Toch klinkt er onder de glans ook een nuchtere waarschuwing. De WGC zegt niet dat digitaal goud fysiek goud vervangt, maar dat het een extra structurele bron van vraag kan worden. Voor beleggers draait het uiteindelijk om vertrouwen: dat digitale claims echt worden ondersteund door metaal in de kluis, en dat audit, transparantie en reconciliatie op orde zijn. In die spanning tussen oud en nieuw, tussen zwaar metaal en lichte bits, staat goud volgens de WGC op een kantelpunt dat nog lang niet is uitontwikkeld.
