Een wet uit de Koude Oorlog moet de Amerikaanse oliemachine harder laten draaien, terwijl de oorlog met Iran de brandstofrekening opjaagt. President Donald Trump heeft op 22 oktober de Defense Production Act van 1950 ingeroepen om de binnenlandse olieproductie en bijbehorende infrastructuur uit te breiden. De inzet is volgens hem groter dan betaalbaar tanken: zonder direct federaal ingrijpen blijft de Amerikaanse defensie kwetsbaar voor verstoringen. De prijsdruk is ondertussen stevig. Volgens de aangeleverde berichtgeving kostte een vat Brent donderdag meer dan 113 dollar. Automobilisten betaalden volgens AAA gemiddeld 4,27 dollar per gallon gewone benzine; diesel stond op gemiddeld 6,30 dollar per gallon.

AI-illustratie

Trump wil de hele olieketen onder handen nemen, van exploratie en winning tot raffinage, opslag, haventerminals en pijpleidingen. Zijn memorandum draagt minister Pete Hegseth op aankopen te doen, afnameverplichtingen aan te gaan en financiële instrumenten in te zetten om die capaciteit te vergroten. De Defense Production Act geeft de president daarvoor middelen als rechtstreekse aankopen, leningen en kredietgaranties. Het Witte Huis presenteert die aanpak als de snelste en kosteneffectiefste route om de energievoorziening voor de nationale veiligheid te versterken. Olie voedt immers niet alleen het leger, maar ook de industrie en cruciale infrastructuur, benadrukt Trump.

Maar tussen een presidentiële handtekening en extra brandstof zitten hardnekkige obstakels. Het memorandum noemt beperkingen in toeleveringsketens, financieringsproblemen, knelpunten bij infrastructuur en vergunningen en lange doorlooptijden. Zonder inzet van de defensiewet zou de benodigde energiecapaciteit volgens Trump niet tijdig beschikbaar komen. Hij laat daarom ook gebruikelijke wettelijke vereisten onder die wet buiten toepassing. De stap bouwt voort op decreet 14156 uit januari 2025, waarmee hij een nationale energienoodtoestand uitriep. Toen bestempelde hij ontoereikende Amerikaanse energiecapaciteit al als een buitengewone bedreiging voor economie en nationale veiligheid.

Een concreet aangrijpingspunt ligt in Tyler, Texas. Vicepresident JD Vance kondigde een week eerder aan dat de regering de defensiewet wilde gebruiken om de brandstofproductie bij een raffinaderij van Delek US Holdings uit te breiden. De ambitie: miljoenen gallons extra brandstof voor commercieel en militair gebruik, boven op de bestaande productie. Een concrete opleverdatum of gegarandeerde opbrengst vermeldt de bron niet. Het is bovendien geen op zichzelf staande ingreep. Trump zette de wet in april al in voor uitbreiding van Amerikaanse steenkoolketens, capaciteit voor vloeibaar aardgas en aardgastransport.

Boven deze industriële krachttoer hangt de politieke strijd rond de hoge olieprijs. Volgens de berichtgeving zijn de prijzen sterk gestegen sinds het begin van de oorlog met Iran in februari. Trump beschuldigde Iran er donderdag op Truth Social van de olieprijs vóór de tussentijdse verkiezingen van november te willen opdrijven. Hij beweerde ook dat er inmiddels meer olie door de Straat van Hormuz stroomde dan vóór het conflict. Dat zijn uitspraken van de president, geen onafhankelijk onderbouwde conclusies in de bron. Washington zet intussen zijn defensiebevoegdheden in voor extra oliecapaciteit; hoeveel extra brandstof dat wanneer oplevert, blijft open.