Boven de regio’s Mekka en Medina hing zaterdagavond de dreiging van vallende raketbrokstukken: een onheilspellend decor bij een nieuwe aanvalsgolf die de Jemenitische Houthi-beweging naar eigen zeggen op Saudi-Arabië heeft uitgevoerd. De beweging, ook bekend als Ansar Allah, claimde zeven doelen diep in het koninkrijk te hebben bestookt, waaronder luchthavens en energie-infrastructuur. Binnen een uur na die aankondiging volgden Saudische luchtwaarschuwingen. Al Jazeera meldde dat de burgerbescherming waarschuwde voor neervallende scherven van ballistische raketten. Onder die dreiging kreeg de avond het karakter van een wachtkamer waarin niemand weet waar de volgende klap valt.

Het zwaarste gewicht in de opsomming van Houthi-woordvoerder Yahya Saree ligt bij de pompstations van de Oost-West-oliepijpleiding. Ook Aramco-installaties in Yanbu en de olieraffinaderij van Rabigh zouden zijn aangevallen. Voor de energiemarkt hangt boven die claims een somber vraagteken: onafhankelijke bevestiging dat de pijpleiding daadwerkelijk is geraakt, ontbreekt in de aangeleverde berichtgeving. De aandacht gaat daarom uit naar mogelijke bevestiging van een treffer, tegen de achtergrond van de eveneens aanhoudende escalatie rond de Straat van Hormuz. Een claim is nog geen vastgestelde schade, maar de onzekerheid laat zich als een donkere vlek over het nieuws uitspreiden.
Saree noemde daarnaast de luchthaven King Khalid in Riyad, King Fahd in Dammam, de luchthaven van Najran en de luchtmachtbasis Khamis Mushait als doelwitten. Volgens de berichtgeving zijn sommige van deze locaties in de voorafgaande weken al meermaals aangevallen en liggen commerciële vluchten boven grote delen van Saudi-Arabië al langer stil. De lijst leest daarmee als een landkaart waarop de normale bedrijvigheid steeds opnieuw wordt overschaduwd door oorlog. Welke raketten zijn onderschept en welke hun doel hebben bereikt, wordt niet per locatie duidelijk; achter de stellige aankondiging blijft een mist van onbevestigde uitkomsten hangen.
De Houthi’s presenteren de operatie als vergelding voor Saudische bombardementen in Jemen. Saree beweerde dat daarbij in de voorafgaande 24 uur honderd luchtaanvallen waren uitgevoerd op civiele infrastructuur, met tientallen doden en gewonden. Die aantallen zijn claims van de beweging, geen onafhankelijk vastgestelde balans. Reuters berichtte eveneens over het aangekondigde vergeldingsmotief. Het aan de Houthi’s verbonden persbureau Saba meldde eerder zaterdag een veroordeling van Saudische aanvallen op de wijk Asr in Sanaa en een cementfabriek in het district Hamdan. Intussen begon het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken meer diplomaten en hun gezinnen uit Riyad en regionale consulaten te evacueren. Zo eindigt het bericht niet met opluchting, maar met vertrek: koffers als het treurige leesteken van een nieuwe escalatie.
