De bank, die zich concentreert op ontwikkelende landen, baseert de hypothese op de vorige olieprijsdip in 1985. Landen als Iran, Mexico, Algerije en de toenmalige Sovjet-Unie gingen na die tijd op weg naar democratie, mede als gevolg van de lage prijs voor het zwarte goud. Uiteindelijk kantelde de balans in deze landen weer: Algerije en Iran zijn nog steeds dictaturen, Mexico is verwikkeld in een bloedige en uitzichtloze drugsoorlog en de erfgenaam van de Sovjet-Unie is geenszins een toonbeeld van vrijheid.

