Enorme investeringen in de productie van vloeibaar aardgas komen in bedrijf nét op het moment dat de prijs op een dieptepunt is beland. Producenten zullen lang moeten wachten op de beloofde gouden tijden. 

Rond het jaar 2011 leek vloeibaar aardgas (LNG) een gouden toekomst te hebben. Olie was duur, steenkool was vies, en opkomende landen en elektriciteitscentrales zouden om gas zitten te springen. Tegen 2030 zou gas wel eens steenkool vervangen kunnen hebben, was de verwachting. Ook de energiesector was opgetogen. Er werden enorme bedragen geïnvesteerd in vloeibaar-aardgasprojecten in landen als Australië, Papoea Nieuw-Guinea, en de Verenigde Staten.