'De markt' is toch juist een publieke ruimte waar mensen van velerlei slag samenkomen zonder ruzie te maken?
Vooral sinds de kredietcrisis heeft 'de markt' een slechte naam. Het is synoniem geworden met het geloof in de vrije markt, het al te absolute vertrouwen dat het eigenbelang van de verkoper (geld verdienen) vanzelf leidt tot de producten die de samenleving nodig heeft. Dat het vertrouwen in die onzichtbare hand van de markt is geschokt, hoeft niemand meer uit te leggen. De bankenfraude, de plofkip, de uitgebuite textielwerksters in Azië - het wemelt van de voorbeelden die erop wijzen dat 'de markt' op z'n minst controle behoeft van een kritische pers, die gewetenloze handelaren aan de schandpaal nagelt.

