Hyperinflatie slaat toe in Iran. Hyperinflatie heeft weinig te doen met het ontsporen van gewone hoge inflatie. Gewone inflatie zorgt ervoor dat de koopkracht stelselmatig afbrokkelt, als gevolg van een verhoogde geldhoeveelheid. Bij gewone hoge inflatie brokkelt de koopkracht sneller af, maar dit leidt niet tot hyperinflatie. Hyperinflatie ontstaat wanneer er een breuk is met het vertrouwen in de munt en de koopkracht zienderogen daalt. Welke landen komen nog in aanmerking voor een Iraans scenario?


Hyperinflatie uitgelegd

Hyperinflation: Paper money only has a value because of the confidence that the money can be exchanged for a certain quantity of goods or services in the future. If this confidence is eroded, hyperinflation becomes a threat. If holders of cash start to question the future purchasing power of the currency and switch into real assets, asset prices start to rise and the purchasing power of money starts to fall. Other cash holders may realize the falling purchasing power of their money and join the exit from paper into real assets. When this self-reinforcing cycle turns into a panic, we have hyperinflation.

Hyperinflatie is in feite een fiscaal probleem als gevolg van onhoudbare overheidstekorten. Peter Bernholz bestudeerde 29 periode van hyperinflatie, waarvan er 28 plaatsvonden in de 20e eeuw. Hij concludeert dat geldcreatie om een publiek budget in evenwicht te krijgen uiteindelijk leidt tot hyperinflatie.

When government deficits become unsustainable, austerity is often the first reaction. Austerity is deflationary, recessionary, and painful. If the austerity necessary to balance the budget is deemed to be too painful, a government can either choose to default or to inflate the currency.

Landen die over hun eigen munt beschikken zullen in eerste instantie kiezen voor inflatie. Indien de overheidsfinanciën niet voldoende verbeteren, zal de koopkracht na verloop van tijd verdwenen zijn en heeft de bevolking geen vertrouwen meer in de munt. Dit leidt tot hyperinflatie.

In de nasleep van de financiële crisis van 2008 zijn over heel de wereld de tekorten op de overheidsbudgetten onhoudbaar geworden. De schulden hebben een kritiek punt bereikt. Volgens het IMF zullen de 10 grootste landen in 2012 een gezamenlijk tekort opstapelen van $ 2,6 biljoen of 5,9 % van het globale bbp. Dit is lichtjes beter dan de drie vorige jaren waarbij de tekorten gemiddeld opliepen tot 7,4 %.


Afbeelding 1.1: Unsustainable governemt deficits

Daarnaast is er een forse acceleratie van de geldhoeveelheid. In de aanloop naar de val van Lehman Brothers (2002 – 2008) steeg de geldhoeveelheid jaarlijks gemiddeld 10,5 %. Na de val is de stijging van de geldhoeveelheid verdubbeld naar 21,6 %.


Afbeelding 1.2: Global monetary base inflation rapidly

Hyperinflatie in de Westerse wereld

De huidige tekorten en de huidige geldcreatie is onhoudbaar op lange termijn. Als de budgetten niet in evenwicht komen en indien de geldcreatie niet wordt gestopt zal er ergens in de Westerse wereld hyperinflatie optreden. Volgens Bernholz wordt het risico op hyperinflatie het grootst indien het tekort meer bedraagt dan 20 % tot 40 % van de uitgaven.

Van de Top 10 landen lenen India, Amerika, Japan, Spanje en Groot-Brittannië meer dan 20 % van hun uitgaven. Aangezien Spanje geen eigen munt heeft, is de kans klein dat er hyperinflatie optreedt in Spanje. Het gemiddelde voor de Eurozone ligt op 11 %.

In tegenstelling tot Amerika en Groot-Brittannië is Japan (voorlopig nog) een geldschieter in het monetaire systeem. Hierdoor is de kans op hyperinflatie in Japan veel lager dan andere landen. Het verlies aan vertrouwen in een munt geldt niet alleen voor binnenlandse schuldeisers, maar ook voor buitenlandse schuldeisers.

India, Amerika en Groot-Brittannië blijven zo over als de landen waar de kans op hyperinflatie het grootste is. Daar India globaal gezien de minste impact zal hebben ligt de focus op de 2 Angelsaksische landen.

Ronald Hendrickx | www: Fininfo-be | Twitter: Fininfobe