Zilver werd al voor het begin van onze jaartelling gebruikt voor versiersels en als betaalmiddel. Uit opgravingen blijkt dat al 4000 – 3500 voor Christus zilver werd gescheiden van lood op eilanden in de Egeïsche Zee. Bij zilver dacht men toen aan de maan, de zee en verschillende goden. Daarom werd in de alchemie voor zilver het symbool van een halve maan gebruikt en alchemisten noemden het ‘Luna’. De naam zilver leidt via het Oudhoogduits ‘silbar’ naar een leenwoord uit Klein – Azië. In het Latijn heet zilver ‘argentum’, waar zilver het symbool ‘Ag’ aan dankt.
Tot diep in de 20e eeuw waren munten van zilver en goud de belangrijkste betaalmiddelen van de mensheid. Tegenwoordig zien we het gebruik van zilver alleen nog bij herdenkingsmunten en andere verzamelaarsmunten en penningen.

