Historisch gezien is beleggen in goudmijnen niet voor de zwakkeren van hart vanwege de zeer grote volatiliteit (beweeglijkheid). Grote ups (niet erg) en downs (oei!) zullen u ten deel vallen wanneer u zich hieraan waagt. Ze volgen immers in principe de goudprijs maar met felle uitschieters vanwege de hefboom (hier kom ik zo dadelijk op terug).
Er wordt weleens schamper gezegd: een goudmijn is een gat in de grond met een leugenaar ernaast. De kans om op een “niet” te vallen is in dit geval groot wanneer het om (nog) niet-producerende mijnen gaat. Voldoende spreiding is dan ook aangewezen. Er bestaan junior goudmijnen, mid-cap en large cap mijnen, al naargelang de omvang van de beurskapitalisatie. Hoe kleiner van beurswaarde en hoe minder (of zelfs geen) goud bovengehaald werd en wordt, ook hoe minder reserves reeds aanwezig zijn, des te groter uw risico. Daar moet bijgezegd worden dat wanneer zo'n junior plots een grote ader ontdekt, het met de beurskoers hard en snel kan gaan. Slechts één enkele junior kopen is echter hetzelfde als een lootje uit de loterij: de beloning kan enorm zijn maar de kans daarop is zeer klein.
De producerende goudmijnen noteren als met een hefboom op de goudprijs. Wanneer bedrijf X bijvoorbeeld het gele edelmetaal bovenhaalt tegen 500 dollar en de goudprijs bedraagt 1700, dan maakt het 1200 dollar winst. Stijgt nu de goudkoers tot 2550 dollar oftewel met 50 %, dan verdient bedrijf X meteen 2050 dollar – terwijl de kostprijs gelijk blijft – zijnde een stijging van 70 %.
Het laatste jaar lijkt er een kentering te zijn opgetreden: sinds zo lang namelijk blijven de goudmijnen groot en klein danig achter op de goudkoers, die 2011 hoogstwaarschijnlijk zal afsluiten met plus 17 à 18 %. De reden daarvoor is moeilijk te duiden: ondanks hogere kosten voor energie, kapitaal en personeel zijn de winsten nog hoger gestegen, zodanig zelfs dat er tegenwoordig record dividenden uitbetaald worden. Alle reden dus om die goudprijs eindelijk terug te volgen naar boven en toch...het gebeurt vooralsnog niet. Is het daarom misschien nu net een buitenkans om van die grote onderwaardering – in theorie – te profiteren en in deze sector te beleggen? En hoe zou je dat dan het best aanpakken?
Dit zijn de mogelijkheden op de Amerikaanse beurs, meer bepaald de NYSE:
GDX, het Market Vectors Gold Miners ETF volgt de AMEX Gold Miners index. Investeert minstens 80 % van het vermogen in binnen- en buitenlandse aandelen van bedrijven uit de goudmijn industrie.
GDXJ bestaat uit aandelen van goud- en zilvermijnen uit het small cap en mid cap segment.
GGGG volgt de Solactive Global Pure Gold Miners Index waarin internationale bedrijven zitten die zich bezighouden met exploratie en mijnen van goud en andere edelmetalen.
GLDX verzamelt bedrijven die aan goudexploratie doen, internationaal.
NUGT volgt de NYSE Arca Gold Miners Index die uit bedrijven bestaat die goud mijnen, maar vermenigvuldigt de performance met drie, het is dus een zogenaamd leveraged fonds omdat het werkt met een hefboom.
PSAU staat voor PowerShares Global Gold & Precious Metals ETF en het volgt de NASDAQ OMX Global Gold and Precious Metals Index. Alleen de grootste en meest liquide aandelen van bedrijven zijn opgenomen uit de goud- en edelmetalenindustrie.
Dit zijn de manieren in euro op de NYSE/Euronext beurs, zoals deze officieel heet:
De NYSE Arca Gold Bugs Index bestaat uit aandelen van bedrijven die zich bezig houden met de exploitatie van goudmijnen. Alle zijn unhedged dat wil zeggen: zijn verkopen géén of slechts een minimum van hun opbrengst vooraf om de prijs vast te leggen; daarmee genieten zij volledig van het verondersteld opwaarts potentieel van de goudprijs. De maximum periode waarvoor ze eventueel een prijs vastleggen is anderhalf jaar.
Hetzelfde certificaat bestaat ook in Quanto wat betekent dat u beschermd bent tegen een dalende dollarkoers tegenover de euro.
En dit zijn de mogelijkheden in Canadese dollar op de Canadese beurs TSE:
XGD: volgt de S&P®/TSX® Global Gold Index en daarmee de grote namen uit de goudmijnwereld.
ZJG: volgt de Dow Jones North American Select Junior Gold Index.
In andere landen bestaan er natuurlijk soortgelijke indexen maar we beperken ons nu tot de belangrijkste in de voor ons meest toegankelijke beurzen.
Een plastisch voorbeeld van het achterblijven van de goudmijners op de goudprijs volgt hier in een vergelijking tussen de prestatie van GDX en GLD, de goudtracker:
Afbeelding: GDX afgezet tegenover de goudprijs (klik voor vergroting)
Deze goudmijn-index staat zelfs nog lager dan hij 2011 gestart is en kijk eens wat de goudtracker/goudkoers dit jaar gedaan heeft...
Als algemeen advies zou ik zeggen: de goudmijnen zijn goedkoop, erg goedkoop zelfs maar het is wachten op een trend ommekeer. Goedkoop kan immers altijd nog goedkoper worden. Tot die switch zich duidelijk manifesteert, zou ik wachten om in de sector te stappen. Wanneer een veel hogere goudprijs dit jaar niet voldoende was, wat zal het dan wel vergen? Tijdens de vorige goudmanie van eind jaren zeventig, begin jaren tachtig, schoten de mijnaandelen de goudkoers ver voorbij, sommige wonnen letterlijk duizenden procenten; waarom zou het dit keer anders zijn? Maar het momentum is er nu duidelijk nog niet...